Vlissingen, verwoeste stad

Op 1 november 1944, 05.45 uur, landden de Britten van Troop 1 en 2 van Commando 4 in het Slikhaventje van Vlissingen. Een uur eerder was vanuit Zeeuws-Vlaanderen met meer dan 300 vuurmonden een zware beschieting begonnen, gericht op de landingsplaats en omgeving. Infatuate I, zoals de operatie heette zou, samen met de landing in Westkapelle (Infatuate II), eindelijk de vaarweg naar de haven van Antwerpen vrijmaken.

De landing was een dappere actie van een betrekkelijk klein aantal commando’s, ongeveer 150 man.

Om 06.30 uur waren ook de Franse Troops 3, 4, 5 en 6 geland en was Commando 4, waar 11 Nederlanders deel van uitmaakten, compleet aan land.Vanaf  08.30 uur landden bataljons van de The King’s Own Scottish Borderers en van de The Royal Scots Fuseliers.

Vijf dagen lang is er hevig gevochten in Vlissingen. Huis voor huis en straat voor straat moesten worden ingenomen.Omdat de stad over een haven beschikte en dus een potentiële landingsplaats was én omdat het de ‘sleutel’ was tot Antwerpen, hadden de Duitsers Vlissingen in een enorme vesting veranderd.

De eerste verdedigingsring was het zogenaamde landfront, bedoeld om een aanval in de rug van de Antlantikwall te weerstaan, bestaande uit een anti-tankgracht, aangevuld met hindernissen en mijnenvelden. Het geheel kon worden bestreken door vuur uit in bunkers geplaatste kanonnen en mitrailleurs.

Festung Vlissingen

Daarbinnen lag de ‘Festung Vlissingen’, omringd door bunkers en met zwaar verdedigde boulevards, waar een aantal huizen als weerstandsnest was ingericht.De straten die op de boulevards uitkwamen waren door een twee à drie meter dikke betonnen muur afgesloten, op een nauwe doorgang na. De stad zelf was verdeeld in sectoren, ook door betonnen muren. Eén steunpunt was bijzonder sterk, namelijk het hotel Britannia, met aan weerszijden bunkers, rondom prikkeldraad en loopgraven. Het was de commandopost van de Festung Kommandant Vlissingen. Het hotel werd na zware strijd op 3 november door de Schotten ingenomen, ten koste van 13 doden en 61 gewonden; de Duitsers verloren hier 50 manschappen.

Binnen de Festung Vlissingen lag nog een vesting, het Kernwerk, te beschouwen als het laatste bolwerk waar de Duitsers stand konden houden. Het was het gebied aan de Buitenhaven waar vier steunpunten waren aangelegd met zware en moderne bewapening.

Een bevrijde ruïne

Het Kernwerk werd in der nacht van 4 op 5 november aangevallen door het vijfde bataljon The King’s Own Scottish Borderers. Na hevige gevechten gaf de Duitse bezetting zich in de loop van de morgen over. Op zondag 5 november was heel Vlissingen bevrijd, maar de stad was veranderd in een ruïne.

Naar verluid was er nog maar één huis onbeschadigd… Het staat er nog, op de hoek van de Walstraat en de Nieuwendijk; er zit nu een patatzaak in.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van een scriptie van overste Loek Broeksma, geboren in Vlissingen en die op latere leeftijd geschiedenis studeerde aan de universiteit van Groningen. Hij verwijst zelf naar 33 bronnen, waaronder bijvoorbeeld ‘Worsteling om Walcheren’(Bollen/Kuiper-Abee), ‘Atlantikwall’ (Sakkers), ‘Landfront’(Sakkers/ Houterman), alsmede Engelse en Duitse bronnen.

‘In meerdere Engelse vakbladen heb ik gelezen dat de landing op Walcheren en de daarop volgende gevechten als zwaarder werden ervaren dan de landing en de gevechten daarna in Normandië’, zo besluit Broeksma.

foto’s Copyright Fa. Dert, Vlissingen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *